Posts tonen met het label Bijbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijbel. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

092 - God heeft TWEE verschillende plannen met Israël

Alhoewel ik het wel vaker over dit onderwerp gehad heb, ga ik er toch nog weer een keer over schrijven. Vooral omdat ik telkens dezelfde soort reacties krijg.

Israël kan heel veel verschillende dingen betekenen in de bijbel. In eerste instantie was het de persoon Jakob. Maar na hem is het volk dat van hem afstamt ook zo gaan heten. Het land kan ook zo genoemd worden. Vervolgens wordt heel specifiek het noordelijke tienstammenrijk Israël genoemd. Het zuidelijk tweestammenrijk heet Juda. Dat noordelijke Israël wordt ook heel vaak Efraïm genoemd, soms Samaria, soms zelfs Jozef.

Het is van WEZENLIJK belang dit onderscheid tussen Israël en Juda te maken, omdat de bijbel dit onderscheid maakt. Het plan van God met dit Israël is anders dan het plan van God met Juda. Er zijn vele profetieën in de bijbel waar Israël nadrukkelijk onderscheiden wordt van Juda. Door die twee op één hoop te gooien, wordt je theologie over Israël een puinhoop, want je gaat twee dingen door elkaar halen.

Laten we constateren dat er twee uitersten zijn in theologie over Israël. Het ene is dat er GEEN ENKELE plaats meer voor het natuurlijke Israël is in het Koninkrijk van God en dat de Kerk de plaats van Israël overgenomen heeft.
Het andere is dat overal waar je Israël leest in de bijbel het over het natuurlijk Israël gaat.
Twee extremen. De oplossing is relatief simpel: Gods plan met noordelijk Israël is anders dan met zuidelijk Juda. 

AI-infographic van de twee onderdelen van Gods plan met Juda en Israël/Efraïm

Kort samengevat komt het hier op neer. Er is geen enkele goede koning geweest in noordelijk Israël. Vanaf hun afscheiding na Salomo hebben ze twee kalveren gediend, eentje in Bethel en eentje in Dan. Na zoveel jaren zegt God tegen hen: als je dan zo graag afgoden wilt dienen, dan vertrek je ook maar naar de afgodenvolken. Zo zijn zij afgevoerd (op enkelingen na) en nooit meer teruggekeerd. Voor hen in de plaats is er andere bevolking in hun land en huizen geplaatst en die zijn Samaritanen gaan heten, naar de hoofdstad Samaria.

Vervolgens zegt Hosea 1 tot 3 dat er een Messias zal komen die uit dit over de wereldbevolking uitgezaaide Israël “kinderen van God” zal oogsten.

Hosea 1:10 Op de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, zal tegen hen gezegd worden: Kinderen van de levende God.

Dat zijn geestelijke kinderen. Geen natuurlijke. Het gaat niet om of je nog een paar promille authentiek Israëlisch DNA met je meedraagt. Het gaat erom of je uit de God van Israël geboren bent. Jezus haalt deze oogst uit de afgodenvolken binnen. Dat is het nieuwe Israël dat de vervanging is van het oude afgoden dienende Israël. Die slechte takken zijn afgesneden en weggedaan. Nieuwe zijn ervoor in de plaats gekomen. Het geestelijke Israël of de kerk heeft dit natuurlijke, tienstammen-Israël vervangen.

Maar dit alles geldt NIET voor Juda. Het plan met Juda is anders. God zal met Juda nog doorgaan, waar het met Israël al klaar was. Om met de slechte koningschappen van Juda af te rekenen was er wel een Babylonische Ballingschap nodig. Maar daarna mochten ze terugkeren en de Messias voortbrengen die zou gaan oogsten. Dat de hogepriesters die de leiding hadden over de tempel en eredienst corrupt geraakt waren, betekende wel het definitieve einde van die oudtestamentische eredienst. Met de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 was het afgelopen.

Was dat dan het einde van Juda?

Nee. Er zijn teveel teksten in de bijbel die Juda en Israël apart noemen en laten zien dat er nog een rol in de eindtijd voor natuurlijk Juda weggelegd is. Ik heb daar regelmatig over geschreven en de oprichting van de staat Israël in 1948 was het begin ervan.

Waar het hier en nu even om gaat is dit. De vervangingstheologen negeren de teksten die specifiek over Juda gaan en de rol die nog steeds weggelegd is voor Juda. Dit heeft niets te maken met een tweede weg tot redding en dat soort dingen. Zelfs de duivel kan een rol in Gods plan hebben. Dus zeker kan natuurlijk Juda ook nog een plan hebben.
De alles-is-natuurlijk-Israël-theologen negeren de teksten die gaan over de uitgespeelde rol van Efraïm-Israël en de vervanging van hen door de Messias die het nieuwe, geestelijk Israël stichtte. 

Het uiteindelijk plan is dat dit nieuwe geestelijke Israël en het natuurlijke Juda dat tot geloof gekomen zal zijn in Jezus Messias, één zullen worden onder het ene hoofd Jezus. Zodat daarna eindelijk het hemelse Jeruzalem op aarde neer kan dalen.

Zo, dat moest ik even kwijt.

maandag 4 mei 2026

091 - Uit de as herrezen: Hoe Micha 7 het Israël/Juda van 1948 tot nu voorspelt

Eerder heb ik al eens een blog geschreven over hoe Micha 4 over het huidige Juda profeteert. Nu wil ik graag eens naar Micha 7 kijken, waar we vergelijkbare conclusies moeten trekken.

De context is deze. Noordelijk Israël is kort daarvoor door de Assyriërs afgevoerd en niet meer in het land. Gods plan met tienstammen-Israël is één ding. Micha profeteert in en over Juda. Gods plan met Juda is van een andere orde en daar kijken we hier even naar.
In Micha 6 wordt in eerste instantie geheel Israël (noordelijke tien stammen en zuidelijk twee stammen) aangesproken als zijnde uitgeleid uit Egypte (6:4). In het tweede deel wordt letterlijk “de stad” met u aangesproken. Dat moet Jeruzalem zijn en als zodanig wordt heel Juda aangesproken. Het oordeel wordt in vers 13 over Jeruzalem uitgesproken: “Ik zal u ook ziek maken, door u te treffen en te verwoesten vanwege uw zonden.”
Vervolgens komt in hoofdstuk 7 Jeruzalem zelf in de ik-vorm aan het woord. Ook nu klinkt het oordeel (vers 4): “De dag van uw wachters is gekomen, de dag van uw vergelding.”

AI-representatie van Juda die uit de as en ruines van haar bestaan weer opstaat.

Het meest voor de hand liggende is om nu te denken dat dit over de Babylonische Ballingschap gaat. Er zijn echter meerdere redenen waarom dit niet opgaat.

  1. Jezus citeert Micha 7:6 in Mattheüs 10:21, 35-36 en zegt daarmee dat (het eerste deel van) deze profetie met het oordeel over Jeruzalem (vers 4) op ZIJN tijd slaat.
  2. In Openbaring 6:17 komen we eenzelfde uitdrukking tegen als in Micha 7:4. Openbaring gaat verder waar Micha het aankondigde. Openbaring gaat nadrukkelijk niet meer over de Babylonische Ballingschap.
  3. Nogal ongebruikelijk is dat er gesproken wordt over vijandin in vrouwelijke vorm (vers 8 en 10). Jesaja 47:1 spreekt vrouwelijk over Babel: “Daal af en zit neer in het stof, maagd, dochter van Babel.” Je kan daarom een verband met de hoer van Openbaring 17 leggen, die de stad Rome uitbeeldt, rijdend op de draak van het Romeinse Rijk en die in Openbaring 18 transcendeert naar het geestelijke rijk van de duivel Babylon. Babylon is daarmee vooral een voorbode van het erge, grotere dat later gaat komen.
  4. Micha 7 gaat over herstel voor Jeruzalem in de orde van grootte van de uittocht uit Egypte (vers 15): “Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok, zal Ik het wonderen doen zien.”
    Dit gaat niet over de terugkeer uit de Babylonische Ballingschap, want dat was een zeer vredelievende uittocht onder de welwillende bereidheid en medewerking van Perzische koning Kores.

Een volgende ding is dat er sprake is van een enorm tijdspanne tussen het oordeel en het herstel. Dit blijkt het sterkst uit vers 14b: God “laat hen weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van oude tijden af.” Dit weiden wordt voorgesteld als iets dat heel erg lang geleden plaats gevonden heeft, terwijl noordelijk Israël nog maar een paar jaar daarvoor afgevoerd was en die weideplaatsen verlaten had.
Die lange tijdsspanne blijkt verder ook uit allerlei woorden als: uitzien naar (vers 7), wachten (vers 7), totdat (vers 9), nu (vers 10). Op de dag (vers 11), op die dag (ook vers 11), het is een dag (vers 12). Niet voor eeuwig (vers 18), weer (vers 19).

Als we het daarom hebben over een verwoestend oordeel over de stad Jeruzalem en het gaat niet over de Babylonische Ballingschap en vervolgens over een herstel dat na lange tijd plaatsvindt, dan moeten we het hebben over de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 en de wederoprichting van de staat Israël (feitelijk Juda) in 1948 als begin van het herstel.
Micha 7 gaat over het Israël/Juda van nu! De verzen 11-13 beschrijven letterlijk wat er op die dag van de oprichting gebeurde:

11 Op de dag waarop Hij uw muren zal herbouwen,
op die dag zal het besluit zich ver verspreiden.
12 Het is een dag waarop men naar u toe komt
vanaf Assyrië tot aan de steden van Egypte,
en vanaf Egypte tot aan de rivier,
van zee tot zee, van berg tot berg.
13 Maar de aarde zal worden tot een woestenij, om zijn bewoners,
vanwege de vrucht van hun daden.

Maar het gaat nog verder:

14 Weid Uw volk met Uw staf,
de kudde van Uw eigendom,
die alleen in een woud woont,
te midden van een vruchtbaar land.
Laat hen weiden in Basan en Gilead,
als in de dagen van oude tijden af.
15 Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok,
zal Ik het wonderen doen zien.
16 De afgodenvolken zullen het zien en beschaamd worden,
ondanks al hun macht.
Zij zullen de hand op de mond leggen,
hun oren zullen doof worden.
17 Zij zullen stof likken als de slang;
als kruipende dieren van de aarde
zullen zij sidderend uit hun burchten komen,
naar de HEERE, onze God, zullen zij in angst komen,
en zij zullen voor U bevreesd zijn. 

Basan is zo ongeveer de Golan-hoogte en Gilead is aan de andere kant van de Jordaan. Op dit moment heeft Israël de Golan-hoogte en grote delen van zuid-Syrië weer onder controle om daar de Druzen te beschermen tegen de moordcommando’s van de huidige zelf-benoemde president Ahmed al-Sharaa. De letterlijke toepasbaarheid van deze geografische details op de huidige situatie is meer dan opmerkelijk.
Kijk hoe Israël genoodzaakt is de aarde van haar vijanden tot een woestenij te maken, omdat zij stedelijke gebieden tot militaire vestingen omgebouwd hebben met eindeloze tunnels en wat niet al.
Kijk hoe Israël geen enkele oorlog begonnen is en geen enkele oorlog verloren heeft.
Kijk hoe de vijanden in het stof bijten.
Kijk hoe diverse van deze vijanden tot de ontdekking komen dat het beter is om handel te drijven met Israël dan er oorlog mee te voeren. Te hopen en te bidden is dat zij de God van Israël gaan aanbidden.

Wij zitten eigenlijk middenin dit proces van Micha 7.

En dan als klap op de vuurpijl krijgen we dit: 

Micha 7:18 Wie is een God als U,
Die de ongerechtigheid vergeeft,
Die voorbijgaat aan de overtreding
van het overblijfsel van Zijn eigendom?
Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn,
want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.
19 Hij zal Zich weer over ons ontfermen,
Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,
ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.
20 U zult Jakob de trouw bewijzen
en Abraham de goedertierenheid,
die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer.

God gaat zijn belofte aan Abraham en Jakob gestand doen. Letterlijk. In het Juda van nu. Daar is Hij nu volop mee bezig. Micha 7 laat zien hoe. Als zodanig is Gods bemoeienis met en bescherming van het nog steeds grotendeels seculiere Juda een prachtig beeld van de vergeving die hij voor ons allemaal bewerkt heeft in Jezus Messias. Hij heeft ons eerst liefgehad. Zoals Hij Juda ook eerst liefheeft.

dinsdag 25 november 2025

086 - Babylonische Archeologie bevestigt de authenticiteit van het bijbelboek Daniël

Ja, je leest het goed: de Babylonische kleitabletten die in de 19e eeuw uit de puinhopen van Ninevé en Babylon werden opgegraven, laten zien dat de geschiedenis van Daniël in de Bijbel tot op de week nauwkeurig klopt. En dat terwijl de “geleerden” al 150 jaar beweren dat het boek Daniël een laat, verzonnen werkje uit de 2e eeuw vChr is.

Meteen het eerste vers van Daniël maakt dat duidelijk. Eén pietluttig zinnetje dat de hele liberale theologie aan het wankelen brengt.

Daniël 1:1 In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het.

Klinkt simpel. Maar Jeremia zegt iets heel anders:

Jeremia 25:1 (en ook 46:2) In het vierde jaar van Jojakim… dat was het eerste jaar van Nebukadrezar

Grok Image, Daniël wordt gevangen genomen en naar Babel gebracht

En hij heeft het over precies dezelfde gebeurtenis: de periode ná de slag bij Karchemis waarin Nebukadnezar het leger van Egypte vernederend versloeg.

Derde jaar? Vierde jaar? Contradictie! roept de criticus triomfantelijk. Boek is nep! Geschiedvervalsing! Typisch voorbeeld van laat-Joodse propaganda!
Euh… niet dus.

De Babylonische Kronieken
In het British Museum liggen twee kleitabletten die samen de “Jeruzalem-kroniek” (ABC 5) vormen. Daar staat in spijkerschrift, zwart op terracotta, precies wat er in 605 v.Chr. gebeurde, volgens de Babyloniërs:

  • Zomer 605: kroonprins Nebukadnezar verslaat farao Necho totaal bij Karchemis.
  • 15 augustus 605: zijn vader Nabopolassar sterft in Babylon.
  • 7 september 605: Nebukadnezar racet terug, en wordt meteen bij aankomst tot koning gekroond.
  • Nóg dezelfde maand (Elul = september) keert hij alweer terug naar het westen (naar “Hatti-land”, waar Juda onder valt) om schatting op te halen en opstandjes te smoren.
  • Hij marcheert “zonder tegenstand” door het hele gebied tot februari 604.

Let op: dat betekent dat Nebukadnezar in september 6051 – dus nog geen maand na zijn kroning – al in Juda is. En ja, hij belegerde daarbij Jeruzalem. Precies zoals Daniël zegt.

Derde jaar of vierde jaar? Het kalender-trucje
In Juda hadden ze twee kalenders. De civiele Tisjri-kalender (of herfst-kalender) en de religieuze Nisan-kalender (of lente-kalender) die een half jaar ten opzicht van elkaar verschillen. De Babyloniërs gebruikten een Nisan-kalender.
Het aantredingsjaar van een koning kon vervolgens op twee manieren geteld worden. Als jaar 1 of als jaar 0. Als je het echter als jaar 1 telt, dan wordt het laatste jaar van de vorige koning en het aantredingsjaar van een nieuwe koning dubbel geteld. Daarom is het voor officieel gebruik beter het aantredingsjaar als 0 te tellen. In de bijbel wordt dit vaak aangeduid met de formulering: “in het begin van het koningschap van xxx”.

Nu werd Jojakim in oktober 609 vChr koning. Op de civiele Tisjri-kalender ziet dat er zo uit:

  • Van oktober 609 tot september 608 → aantredingsjaar (jaar 0 of A0)
  • Van oktober 608 tot sept 607 → jaar 1
  • Van oktober 607 tot sept 606 → jaar 2
  • Van oktober 606 tot sept 605 → jaar 3

September in het derde jaar van Jojakim is precies het stukje van een week of wat op het eind van het Tisjri-jaar, waarin Nebukadnezar Jeruzalem komt belegeren. Op de civiele Tisjri-kalender met A0, is dat het derde jaar van Jojakim. Dat is de kalender die Daniël gebruikt.
Jeremia gebruikt ook een Tisjri-kalender, maar met aantredingsjaar=1, of A1. En dus spreekt hij over het vierde jaar van Jojakim.
De Babylonische kronieken bevestigen: Nebukadnezar was in zijn allereerste regeringsweken al in Juda. ALLEEN op de Tisjri A0-kalender kun je dat nog net “het derde jaar van Jojakim” noemen.

De liberale visie krijgt een kogel
Stel nu, je bent een vrome Jood in 165 v.Chr. en je wilt een nep-profeet verzinnen om je volk moed in te spreken tegen goddeloze koning Antiochus IV. Dan ga je toch niet in het allereerste vers een datering neerzetten die regelrecht lijkt te botsen met Jeremia? Dan kies je toch gewoon het “vierde jaar”, net als Jeremia, zodat niemand moeilijk kan doen?
Tenzij je dus een jonge edelman uit Jeruzalem was, die in precies die laatste paar weken van september/oktober 605 werd weggevoerd.
Tenzij je uit eigen ervaring precies wist: “Het was nog nét het derde jaar volgens ónze telling op het paleis.”

Want laten we wel wezen: zonder de in 1854 opgegraven en pas laat vertaalde Babylonische kronieken had niemand dit ooit kunnen reconstrueren. Zelfs de knapste rabbi in Alexandrië niet. Zelfs niet met de beste perkamentrollen en het scherpste verstand.
Je moet dan 450 jaar terug in de tijd als het ware een pijl afschieten die precies in die paar weken van september 605 terechtkomt. Dat lukt alleen als je er - zoals Daniël - zelf bij stond.

 

Zo, dat moest ik even kwijt.

 

 

P.S. Dit is slechts één enkel voorbeeld van de overeenkomsten tussen de Babylon Kronieken en de bijbelse chronologie, zoals beschreven in het tweede hoofdstuk van mijn boek De Olifanten van Daniël. De vele bijbelse en Babylonische gegevens zijn als twee gevouwen handen, die precies op elkaar ingrijpen en elkaar bevestigen.


1             Officieel kan het september-oktober zijn, omdat hun en onze kalenders om allerlei redenen, zoals schrikkelmaanden, verschoven kunnen zijn, maar voor de eenvoud houden we het hier even op september.

dinsdag 4 november 2025

085 - De kerk is een vreemde instelling en God heeft rare kostgangers

De kerk is een vreemde instelling. Het is een mengelmoes van de meest uiteenlopende mensen. Ouderen, jongeren, kinderen, mensen van allerlei ras, cultuur, achtergrond, getrouwden, alleenstaanden, gescheidenen, mensen die pas tot geloof gekomen zijn, mensen die al van kinds af aan in de kerk zitten, studenten, werkenden, werklozen, arbeidsongeschikten, asielzoekers en ga zo maar door. Als je niet naar de kerk gaat, is er eigenlijk nauwelijks een gelegenheid waar je zo’n diverse groep mensen bij elkaar ziet. Dat is met opzet zo. God wil dat wij leren elkaar lief te hebben zonder naar de persoon te kijken.
Normaal gesproken zoek je zelf je vrienden uit en dat zijn dan uiteraard een beetje gelijkgestemde mensen waar je goed mee overweg kan. In de kerk kom je allemaal mensen tegen die jij NIET uitgekozen hebt en die niet meteen gelijkgestemd zijn zoals jij. Er is wel een gemeenschappelijk factor natuurlijk. We geloven in Jezus Christus die opgestaan is uit de dood. Maar voor de rest kan je zeggen: de Heer heeft vreemde kostgangers.

Het is dus absoluut niet verwonderlijk dat je in de kerken allerlei mensen tegenkomt die heel anders denken dan jij. Over schepping of evolutie, over politiek, over Israël, over de eindtijd, over mileu. Nou ja, over alles eigenlijk wel zo’n beetje.
Nu is het zo dat de kerken er in het verleden nogal een hobby van gemaakt hebben andere gemeenteleden en kerken te verketteren. Het was afscheiden, voor jezelf beginnen, die en die eruit schoppen - niet eens zozeer vanwege zonden maar vanwege minutieuze leerstellingen. En daar is heel veel schade mee aangericht. De leegloop van de kerken van de afgelopen honderd jaar is vooral te danken aan het feit dat wij ons de luxe meenden te kunnen veroorloven elkaar om pietluttigheden te verketteren. Daarmee zijn mensen die minder sterk in hun schoenen staan veronachtzaamd en die hebben van lieverlee de kerk maar verlaten. In bitterheid vaak.
Ook vandaag de dag zijn er nog steeds groepen en mensen die leerstellingen belangrijker vinden dan barmhartigheid en goede omgang met elkaar. Dat kan zelfs zover gaan dat er gezegd wordt: als je dit of dat niet gelooft op deze manier, dan ben je niet gered (ik zal geen namen noemen). Waaat? Waar in de bijbel staat dat God ons een examen af zal nemen om te testen of we wel in allerlei zaken de juiste leerpunten aanhangen? Ik denk eerder dat het tegenovergestelde belangrijk is, dat we als christenen in de kerk laten zien dat ONDANKS allerlei meningsverschillen we elkaar liefhebben als broeders en zusters. Natuurlijk mogen we daarbij de kern niet loslaten, dat wil zeggen: Jezus Christus en die gekruisigd1. Maar over zoveel andere dingen valt zoveel te zeggen en lopen de meningen zo uiteen, dat het de christelijke kunst is om elkaar NIET te verketteren om het minste of geringste. Dat we elkaar liefhebben en door één deur kunnen blijven gaan, ook al zijn er bepaalde inzichten die niet hetzelfde zijn.

Jezus bidt niet voor niets om eenheid, wat de belangrijkste reden voor de wereld is om te accepteren dat Jezus door God gezonden was.

Johannes 17:20 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven,
21 opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.

Kort na Jezus’ tijd op aarde was het grootste dilemma of christenen uit de Romeinen en Grieken zich ook aan de Joodse wetten en voorschriften moesten houden. Lees Galaten 1 en 2 maar eens om te zien wat voor een heftige meningsverschillen daarover ontstonden. Maar (zie Handelingen 15) de vroege Kerk wist dit op te lossen en de eenheid te bewaren tussen Joodse en niet-Joodse christenen. Dat moet voor ons het voorbeeld zijn.

Dat gezegd hebbende, moeten mijn boeken zoals over Openbaring en nu recentelijk Daniël ook niet begrepen worden als de enige absolute waarheid, met de bedoeling om elke andersdenkende de toegang tot de hemel (of de kerk) te ontzeggen. Geloof je in Jezus? Dan herken en erken ik in jou mijn broer of zus. Prijs God. Laten we vervolgens eens samen kijken naar een aantal zaken, in dit geval over het boek Daniël, als dat je interesse heeft. Kan je er iets van opsteken? Fantastisch! Ben je het hartgrondig met me oneens? Dat spijt me dan enorm, maar je blijft mijn broer of zus. Ik zal jou niet veroordelen. Uiteindelijk zal alles duidelijk worden.

 

Zo, dat moest ik even kwijt.

 

 

 

Deze blog is een bewerking van wat ik in de inleiding in De Olifanten van Daniël geschreven heb. Hier kan je meer informatie over het boek vinden en het downloaden of bestellen.


1             Zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 2:2.

maandag 6 oktober 2025

082 - Wat bedoelt Openbaring 20 met de eerste opstanding en tweede dood?

Onlangs is onze geliefde predikant Daniël Timmerman plotseling overleden op 47-jarige leeftijd aan hersenbloedingen. Onze gemeente is diep geraakt. Maar ook los daarvan zijn er verschillende personen die op vroege leeftijd ons verlaten hebben door ziekte, met name kanker.
Daarom wil ik hier stilstaan bij Openbaring 20:4-6, dat daar iets over te zeggen heeft.
Openbaring 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.
5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.
6 Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
Dit is geschreven in een tijd van intense vervolging door Nero, waarbij Paulus en Petrus vermoord zijn, de twee belangrijkste leiders van de Kerk. Het gaat over martelaren die omgekomen zijn en over al degenen die niet aan het aanbidden van de Romeinse keizer als god meedoen en ook hen die niet als bezit van de duivel gebrandmerkt zijn. Dat zijn in principe alle gestorven gelovigen. 
De overige doden die niet weer levend werden zijn dan degenen die niet geloven. 


Dit gedeelte staat ingevoegd tussen de beschrijvingen van de duizend jaar gebondenheid. 
Eerder schreef ik al een blog daarover wat de betekenis daarvan moet zijn. Nergens staat dat het gaat over een Duizendjarig Vrederijk dat aanbreekt nadat Jezus terugkomst. Het zou ook heel raar zijn dat mensen dan opstaan, een tweede leven leiden en dan ook voor een tweede keer weer dood kunnen gaan. Het is juist zo dat wie de aan eerste opstanding deelneemt, NIET de tweede dood zal sterven.
In vers 14 staat wat de tweede dood is: “En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.” De dood zelf wordt in de poel van vuur geworpen! Hoe kan dat? Het mag duidelijk zijn dat dit beeldspraak is. De tweede dood is de geestelijke dood van mensen en zelfs van abstracte dingen. 

In de tijd van Johannes was het zevenkoppige monster het Romeinse Rijk dat christenen en Joden gelijk vervolgde om te pogen hen volledig uit te roeien. Deze draak wordt vereenzelvigd met de duivel, omdat het Romeinse Rijk in al zijn facetten het instrument van de duivel was om zijn doelen te bereiken op aarde. Nadat keizer Constantijn christen geworden was, stopte die vervolging en brak er een periode van relatieve rust aan, waarin het de duivel niet langer toegestaan was de Kerk, noch de Joden, zodanig aan te vallen dat zij in hun voortbestaan bedreigd werden. Openbaring 20 noemt dat duizend jaar gebondenheid. 
En van degenen die overlijden zegt Openbaring 20 dan dat zij deel zullen hebben aan de eerste opstanding. Dat mag je dan zien als geestelijk opstaan uit de dood. De tweede, lichamelijke opstanding zal gebeuren als Jezus terugkomt.

Dat betekent dat de geest van gelovigen NIET in een langdurige slaaptoestand of zelfs coma zal zijn. Nee, de geest van hen die overlijden, wordt opgewekt uit de dood, zodat wij bij God zullen zijn. Ongelovigen zullen wel in de wachtstand staan. 
Dus je mag hett in de termen en begrippen van vandaag zo zien: de eerste opstanding is de opstanding van de geest van de mens, nadat hij dood gegaan is, om bij God te zijn. De tweede opstanding is de lichamelijke opstanding waar Daniël 12:2 ook van spreekt en welke Jezus citeert in Johannes 5:28-29.
De eerste dood is de lichamelijk dood, waar iedereen aan deelneemt (behalve zij die leven als Jezus terugkomt). De tweede dood is de definitieve geestelijke dood van ongelovigen en zelfs van abstracte dingen, zoals koninkrijken, de dood of het dodenrijk zelf.

En van diegenen die deelnemen aan de eerste opstanding zegt Openbaring 20 dat zij als koningen zullen regeren met Christus en priesters van God zullen zijn. Wat betekent dat? Dat Jezus als Koning regeert wil zeggen dat Hij uiteindelijk degene is die deze wereld naar zijn eindbestemming brengt. Daarbij krijgt hij de hulp van degenen die overlijden. Het hemelse leger wordt groter en groter. 
Daniël (en anderen met hem) was een herder van onze gemeente. Hij heeft nu promotie gekregen en wordt als een onderkoning en een priester van God ingezet om deze chaotische wereld naar haar voltooiing te leiden.

Zo, dat moest ik even kwijt.



Overigens heb ik ook een lied gemaakt over 1 Timotheüs 4:13-18 dat gaat over wat er gebeurt met de doden als Jezus terugkomt. Je kan het hier vinden.

woensdag 28 mei 2025

075 - Petrus’ geheime missie in Antiochië: het echte verhaal achter het Evangelie van Markus?

Iedereen erkent eigenlijk wel dat Markus het oudste of vroegste verslag van Jezus’ leven is, al was het alleen al omdat Mattheüs en Lucas zijn materiaal gebruikt hebben en dus later kwamen. Eusebius (325 nChr. Kerkgeschiedenis 3.39.15) citeert Papias, bisschop van Hiërapolis (ca. 110 nChr.) die zegt dat Markus de “tolk” (hermeneutes) was van Petrus, en diens prediking opschreef zoals hij zich dat herinnerde. Eusebius citeert ook (in Kerkgeschiedenis 6.14.6) Clemens van Alexandrië (ca. 150-215 nChr.) als hij zegt dat Markus het evangelie in Rome schreef op verzoek van Petrus’ toehoorders.

Daar zijn twee problemen mee. Ten eerste spreken de kerkvaders elkaar nog wel eens tegen, dus je moet hun geschriften wel serieus nemen, maar niet zomaar verabsoluteren als ze driehonderd jaar later iets zeggen. Ten tweede is de tijd dat Petrus in Rome werkzaam zou zijn enorm kort. Hij zou tijdens de vervolging onder Nero, na de brand in Rome (64 nChr.) vermoord zijn net zoals Paulus. Handelingen en de latere Timotheüs-brieven zeggen niets over Petrus die te Rome werkzaam zou zijn, terwijl Paulus in 2 Timotheüs zijn naderende dood al aan voelt komen.
Maar wat zou kunnen, is dat Markus al veel eerder zijn evangelie geschreven en verspreid heeft in Griekenland en dat hij, in Rome aangekomen1, voor de Romeinen ook een kopie gemaakt heeft met kleinere toevoegingen en updates. Er staan namelijk hier en daar aanvullingen in Markus die Mattheüs en Lukas niet overgenomen hebben in omringende gedeeltes die zij wel gekopieerd hebben.2
Daarmee ontstaat de vraag: wanneer zou Markus (met Petrus) zijn eerste versie al hebben kunnen schrijven dan?

Punt is dat Petrus op mysterieuze wijze verdwijnt in Handelingen 12, nadat hij op wonderbaarlijke wijze bevrijd is uit de gevangenis omdat Herodes hem wilde doden. 12:17 zegt: “En hij ging naar buiten en reisde naar een andere plaats.” Petrus verlaat Jeruzalem, maar Lukas gaat niet vertellen waar naar toe, want dan kon Petrus daar ook wel eens opgepakt gaan worden.3 Wel vertelt hij (in 12:25) dat Barnabas en Saulus Markus(!) meenemen naar Antiochië. Dat was de centrale hub van waaruit het evangelie naar de rest van het Romeinse Rijk uitwaaierde (Handelingen 12:25-26), vooral ook onder niet-Joden.

Gelukkig voor ons verklapt Paulus later terloops in de Galatenbrief (2:11) dat Petrus OOK in Antiochië was! Er was zelfs een wederzijdse erkenning tussen Petrus en Paulus dat Petrus zijn bediening onder de Joden had en Paulus onder de niet-Joden (2:7). En Petrus “at daar met de heidenen” (vers 12), terwijl Petrus geen Grieks sprak volgens Papias. Maar ja wacht, Markus was toch ook in Antiochië...4 Zou Petrus als hij in Antiochië is, dan ook niet (s)preken voor die grote groep geïnteresseerden? Zoals hij altijd en overal deed? Met Markus als tolk? Natuurlijk wel.5

Het was Petrus inmiddels (door zijn visioen en wat er met Cornelius gebeurde) overduidelijk dat God wil dat hij met de sleutels die Jezus hem gegeven heeft6, de deuren van het Koninkrijk van God opent voor de niet-Joden. Maar hoe moeten zij horen van Jezus? Al de Israëlieten kenden Jezus wel, want Hij had drieënhalf jaar publiekelijk opgetreden in het land en het was niet niks wat er allemaal gebeurd was. Het land liep vol met ooggetuigen en mensen kwamen dan ook met duizenden tegelijk tot geloof. Maar de Grieken en Romeinen kenden die verhalen alleen maar van horen zeggen. Echter... in Antiochië konden mensen rechtstreeks van de eerste apostel van Jezus horen wat Hij gezegd en gedaan had! Met een tolk erbij weliswaar en onder de radar7, maar goed.

Dus wat is er nu meer voor de hand liggend dan dat de gelovigen in Antiochië - net zoals ze in Rome deden volgens Clemens - Markus vroegen of hij de Woorden en gebeurtenissen van Jezus op wilde schrijven voor hen? Of denk je dat Petrus dat zelf niet ook al wel kon bedenken?
Of wat dacht je van Paulus? Zou hij niet Petrus en Markus vragen om een verslag in het Grieks te schrijven van de dingen waar hij zelf niet een directe getuige van was, welke hij zou kunnen gebruiken in zijn missie onder de niet-Joden? Hoe moeten zij het anders horen en geloven?
Zou dat ook de reden zijn, waarom Markus meeging op zijn reizen? Als scriba om voor elke nieuwe gemeente kopieën te maken? Zou Lukas daarom Markus ook telkens weer genoemd hebben, omdat hij zo’n belangrijke rol vervulde?
En waarom schrijft Petrus in zijn eerste brief (5:12) dat hij met maar weinig woorden schrijft? Hallo, je bent apostel en kroongetuige! We willen niet weinig woorden van je horen, we willen ALLES van je horen. Oh maar wacht, al dat andere had Markus al geschreven en hij hoefde alleen maar een persoonlijke brief met bemoedigingen ernaast te schrijven en mee te geven.8

 

Zie je hoe alle puzzelstukjes in elkaar vallen?


1             Volgens 2 Timotheüs 4:11 was Markus inderdaad met Paulus in Rome.

2             De passages in Markus 4:13, 4:38, 7:31-37, 8:22-26 ontbreken in Matteüs en Lucas, ondanks dat zij de omliggende teksten wel overnamen. Dat kan wijzen op het bestaan van een oudere versie van Markus die Mattheüs en Lukas tot hun beschikking hadden, waar de kernverhalen (gelijkenissen, wonderen, kruisiging) wel in stonden, maar die de specifieke details en wonderverhalen mistte, die Markus later toevoegde, mogelijk in Rome. Ook zijn er zogeheten korte en lange eindes (Markus 16:9-20), met extra verzen over Jezus’ verschijningen en opdracht aan de discipelen. Dat ondersteunt het idee dat er meerdere versies van Markus in omloop waren en dat Markus kleine wijzigingen aan zijn verslag toegevoegd kan hebben in de loop van de tijd.

3             Wat een indicatie is dat Lucas dit al opgetekend zal hebben, terwijl het gevaar voor Petrus nog bestond. Dat is in ieder geval dus nog tijdens zijn leven.

4             Petrus en Markus waren heel close. Hij kende hem al als de zoon van Maria, in wiens huis zij verbleven toen hij bevrijd werd uit de gevangenis. In 1 Petrus 5:13 noemt Petrus hem zelfs ‘zijn zoon’.

5             Paulus schrijft verder in 1 Korintiërs 9:5 dat Petrus (Kefas) samen met zijn vrouw is. Dus het lijkt erop dat Petrus zich voor langere tijd gevestigd had in Antiochië. Wat niet uitsluit dat hij daarbij ook andere plekken bezocht kan hebben natuurlijk.

6             Zie Matteüs 16:19.

7             In 1 Petrus 5:13 schrijft Petrus dat zij ‘in Babylon’ zijn om dus niet de locatie te verraden van waar zij zich bevinden: Antiochië.

8             Petrus schrijft typisch aan de regio’s Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië (1 Petrus 1:1). Dat zijn de eerste regio’s ten Noorden van Antiochië. Dat betekent dat deze brief in de beginfase van de verspreiding over het Romeinse Rijk geschreven moet zijn, toen Paulus en anderen nog niet in Macedonië, Achaje of Rome waren geweest. De vervolging waar Petrus over schrijft is die van de Joodse leiders en Herodes, waarvoor hijzelf op een onderduikadres moest zitten. In 1 Petrus 5:13 noemt Petrus Markus zijn zoon. Een sterkere aanbeveling voor het Evangelie dat Markus geschreven had - zonder te zeggen dat hij het geschreven had - is er niet. 

maandag 19 mei 2025

074 - Hoe vierendertig toelichtingen in Genesis het gebruik van oude bronnen laat zien.

Er staan vele zogeheten anachronismen in Genesis. Dat zijn vermeldingen die niet passen bij de tijd waarover geschreven wordt. Zie de volledige lijst hierachteraan. Voor bijbel-critici is dat een reden om te beargumenteren dat Genesis pas in veel latere tijd is opgeschreven, toen deze vermeldingen pas actueel waren. We kunnen ze niet allemaal bespreken in een blog, maar laat ik er twee opvallende uitpikken, die uitstekend laten zien wat er aan de hand moet zijn.

Hebron
Op drie plekken (23:2,19 en 35:27) wordt de toelichting gegeven dat de stad Kirjat-Arba nu Hebron heet. Jozua 11:21 vertelt hoe Jozua ‘Hebron’ veroverde en verderop vinden we ook precies dit soort aanvullingen (14:15, 15:13, 20:7, 21:11). In Jozua 14:15 en 15:13 wordt de stad aan Kaleb gegeven, en er wordt bij uitgelegd dat de stad vroeger Kirjath-Arba heette omdat Arba een groot man was onder de Enakieten en hij de vader van Enak was, de voorvader van de Enakieten.
Kirjath-Arba betekent letterlijk “de stad van Arba”, terwijl het woord Hebron een Hebreeuwse naam is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de Enakieten de naam van de stad van hun voorvader en held ooit een keer een Hebreeuwse naam gegeven zullen hebben, zeker omdat ze Jozua tegenstreefden (Jozua 10). De naamsverandering zal daarom plaatsgevonden hebben bij/met/na de verovering door Jozua en de toewijzing aan Kaleb. David werd later in Hebron tot koning wordt gezalfd over Juda (2 Samuël 2:1-4) en vanaf dat moment heeft de stad pas echt een centrale rol in de Israëlische geschiedenis.
Met andere woorden: de naam Kirjath-Arba was de naam van de stad in de tijd van de aartsvaders. De naam Hebron kwam pas in gebruik na de verovering en werd pas echt relevant nadat David koning werd. Dat betekent dat de Hebron-toelichtingen ook pas na Jozua of zelfs met of na David geschreven zijn.



De nazaten van Ezau
Genesis 36 betreft de afstammings- en koningenlijst van Ezau/Edom. De tekst in Genesis 36:31 “voordat er een koning over de Israëlieten regeerde” is overduidelijk een commentaar dat pas geschreven kan zijn nadat er koningen van Israël waren. Dus op zijn vroegst vanaf David. Maar ook voor de Edomitische koningen zelf tot aan Saul geldt dat het niet ten tijde van Izaak en Jakob geschreven kan zijn natuurlijk.

Saul versloeg Edom, maar David onderwierp het volledig en lijfde het in.1 Wat daarom heel goed zou kunnen, is dat David in de archieven van de koning van Edom de informatie van Ezau gevonden heeft. En dat hij (of een scriba uit zijn tijd) vanwege de profetie van Izaak over Ezau het noodzakelijk achtte dit in te voegen in Genesis.2

Een bevestiging dat het hele hoofdstuk 36 later toegevoegd zal zijn, is ook de wijze waarop de toledoth-formulering3 gehanteerd wordt in 36:1. P. J. Wiseman heeft in zijn boek ‘Ancient Records and the Structure of Genesis’ beargumenteerd hoe de toledoth-formules overeenkomen met oude kleitabletten die hij in Irak bestudeerde. Zij kunnen volgens hem beschouwd worden als AFTITELINGEN of zelfs handtekeningen van datgene wat ervoor staat. Dus de geschiedenis van de hemel en aarde (2:4) staat beschreven in 1:1-2:3 en de geschiedenis van Adam (5:1a) staat beschreven in 2:5-4:26, enzovoorts.4

Als we hoofdstuk 36 achterwege laten, dan loopt de geschiedenis die Jakob (37:2a) opgetekend kan hebben van 25:19b tot 37:1, wat logisch is. Het zou echter raar zijn dat Ezau dat geschreven zou hebben volgens 36:1 en dat Jakob dan de afstammingen van Ezau geschreven zou hebben volgens 37:2a. Daarom lijkt het erop dat degene die hoofdstuk 36 ingevoegd zal hebben, niet goed begrepen heeft dat de toledoth-formules AFTITELINGEN zijn. Net zoals wij overigens en degenen die de verzen en hoofdstukken in de bijbel toegevoegd hebben. Hij heeft ze opgevat als (hoofdstuk)titels aan het begin van een nieuwe familiegeschiedenis. Daarom heeft diegene - ten diepste abusievelijk - de geslachtslijst van Ezau nog VÓÓR de aftiteling van Jakob geplaatst (37:2a) en het vervolgens INGELEID met een toledoth-formule voor Ezau.5 6

 

Conclusie
Wat dit laat zien, is dat niet zozeer het hele boek Genesis in de tijd van David of zelfs nog veel later geschreven is. Want het zou dan volstrekt onnodig zijn namen en beschrijvingen te gebruiken die niemand meer kent. Het laat juist zien dat er van heel oude bronnen gebruik gemaakt is waarvan het in latere tijd noodzakelijk werd om het op bepaalde plekken aan te vullen met korte toelichtingen, omdat de oude namen in onbruik geraakt waren. Uit respect voor de originele tekst veranderde men de namen niet, maar voegde men slechts een toelichting toe.

Al die oude namen en gebruiken passen in en komen uit de tijd van de aartsvaders, nog ver voor de tijd dat de Israëlieten in Egypte woonden. De toelichtingen, uitleggingen en aanvullingen stammen uit de tijd van David of daarna. Er heeft dus redactie plaatsgevonden7. Juist doordat we de sporen van deze redactie nog duidelijk kunnen zien, kunnen we de ontstaansgeschiedenis van Genesis duidelijker in kaart brengen: de aartsvaders schreven het op, Mozes vertaalde het en maakte er één boek van, in de tijd van David kwamen er zo’n vierendertig noodzakelijke aanvullingen en toelichtingen bij.

 


1             Zie 1 Samuël 14:47-48 en 2 Samuël 8:14. Zelfs zodanig dat in de tijd van Josafat nog geschreven wordt dat er slechts een stadhouder over Edom heerste (1 Koningen 22:47). Ten tijde van slechte koning Joram van Juda kwam er wel weer een koning in Edom (2 Koningen 8:20) terug. Omdat Genesis 36 geen Edomitische koning vermeldt tijdens Saul, zal Saul waarschijnlijk de koning verslagen en onttroond hebben, maar dus nog niet elke stad ingelijfd hebben.

2             Zie Genesis 27:39-40 en ook de profetie van Rebekka in Genesis 25:23.

3             Dat zijn specifieke formules in Genesis in de vorm van “dit is de geschiedenis van ...”, die de specifieke familiegeschiedenissen of geslachtslijsten markeren en onderscheiden. (Genesis 2:4, 5:1a, 6:9a, 10:1, 10:32, 11:10a, 11:27a, 25:12/13, 25:19a, 36:1,4, 37:2a)

4             Waarbij Mozes deze verschillende familiegeschiedenissen van zijn voorouders dan waarschijnlijk op kleitabletten overgeleverd gekregen heeft. Vanwege zijn opleiding aan het Egyptische hof had hij de kennis om deze te vertalen naar het paleo-Hebreeuws van zijn volk. Zodoende heeft hij van die op zichzelf staande geschiedenissen en geslachtslijsten het ene boek Genesis samengesteld.

5             Overigens zal hoofdstuk 36 zelf ook uit twee bronnen samengesteld zijn, omdat in 36:9 ook weer een keer de toledoth-formule staat.

6             Precies datzelfde (invoegen VÓÓR de toledoth-vermelding van Izak en toledoth-formule als titel gebruiken) lijkt ook gebeurd te zijn met de afstammelingen van Ismaël in Genesis 25:12-18. Dat is dan mogelijk tegelijkertijd met die van Ezau gebeurt.

7             Ook zal er een keer een nieuwe schrijfwijze van paleo-Hebreeuws naar Hebreeuws hebben moeten gebeuren.


Bijlage

 Anachronismen in Genesis.

  1.  2:14 Verduidelijkt de locatie van de rivieren in Eden voor lezers die bekend zijn met Assur en de Eufraat.
  2. 10:10-12 Verduidelijkt de locaties en betekenis van steden in Mesopotamië voor een later publiek.
  3. 10:14 Noemt Filistijnen, die pas na 1200 v.Chr. in Kanaän waren.
  4. 11:2 Sinear verwijst naar Babylonië, dat later bekend was.
  5. 11:28 Chaldeeën waren pas later bekend, niet in Abrahams tijd.
  6. 12:6 “tot op deze dag waren de Kanaänieten in het land” impliceert een tijd na de verovering
  7. 12:8 Geeft een geografische precisering voor lezers die bekend zijn met de ligging van Ai.
  8. 14:2 Verduidelijkt dat de oude naam Bela later bekend is als Zoar.
  9. 14:3 Identificeert het oude dal Siddim met de latere naam Zoutzee (Dode Zee).
  10. 14:7 Verduidelijkt dat de oude plaats En-Mispat later bekend is als Kades.
  11. 14:8 "het dal Siddim, dat is de Zoutzee".
  12. 14:14 Stad Dan heette Laïs vóór de verovering (Richt. 18:29).
  13. 14:17 Identificeert het oude dal Sawe met het latere Koningsdal.
  14. 15:7 zie 11:28 “Chaldeeën”.
  15. 16:14 “Die ligt tussen Kades en Bered" geeft een geografische precisering voor lezers die deze plaatsen kennen.
  16. 20:1 Verduidelijkt de locatie van Abrahams verblijf voor een publiek dat deze plaatsen kent.
  17. 21:32 Zie 10:14. Filistijnen.
  18. 22:14 “de HEERE zal erin voorzien, zoals heden ten dage gezegd wordt”, verklaart de oorsprong van een later gezegde.
  19. 23:2 Verduidelijkt dat de oude naam Kirjat-Arba later Hebron is.
  20. 23:19 Idem
  21. 25:18 Geografische beschrijving voor wie Assur kennen.
  22. 26:33 "tot op de dag van vandaag" suggereert een latere tijd dan van de gebeurtenis zelf.
  23. 32:30 Verklaart de naam Peniel, mogelijk om de betekenis voor latere lezers te benadrukken.
  24. 32:32 "Daarom eten de Israëlieten tot op de dag van vandaag de pees van de dij die aan de heupkom zit niet." Uitleg van een hedendaags gebruik met een link naar een gebeurtenis uit het verleden.
  25. 33:18 “dat is in het land Kanaän" verduidelijkt de locatie van Sichem voor lezers die de context van Kanaän nodig hebben.
  26. 35:6 Identificeert de oude naam Luz met de latere naam Bethel.
  27. 35:19 Verduidelijkt dat Efrath later bekend is als Bethlehem.
  28. 35:20 “Tot op deze dag” geeft een (veel) later tijdstip van schrijven aan.
  29. 35:27 Zie 23:2,19 Kirjat-Arba, "dat is Hebron".
  30. 36:31 Bij de lijst van Edomitische koningen wordt gezegd: "Dit zijn de koningen die in het land Edom geregeerd hebben, voordat er een koning over de Israëlieten regeerde."
    Kan pas geschreven zijn nadat er Israëlische koningen waren.
  31. 47:11 De vermelding "het land Rameses" is een latere toelichting op de originele naam Gosen.
  32. 48:7 zie 35:19 “Efrath, dat is Bethlehem”
  33. 49:30 Verduidelijkt de locatie van Machpela voor latere lezers.
  34. 50:10-11 De Kanaänieten noemen de dorsvloer van Atad Abel-Mizraïm, met de uitleg "dat ligt aan de overzijde van de Jordaan".

dinsdag 1 april 2025

072 - De hel hoeft voor mij niet eeuwig te zijn, als het maar lang genoeg duurt.

De hel is niet heel erg populair. Atheïsten vinden het een uiterst slechte zaak dat je met de gruwelijkste, eeuwigdurende straf van bewust ervaren pijniging moet dreigen om tot de liefdevolle God te komen. Christelijke apologeten beargumenteren dat een rechtvaardig God vereist dat er straf is voor het kwaad. Maar er zijn hele groepen christenen die het idee van een duivel en een hel verwerpen of er nauwelijks aandacht voor hebben. Er zijn er zelfs velen die een alverzoening omarmen, dat uiteindelijk alle mensen wel in de hemel zullen komen. Want Jezus is toch voor de zonden van de hele wereld gestorven? 

Waren er recentelijk 70 christenen in Sudan onthoofd, krijgen we te horen dat het nieuwe regime in Syrië hele dorpen Alawieten, Druzen en Christenen afmaakt in 7-Oktober-stijl, met aantallen slachtoffers in de vele duizenden. De doodscultuur van bepaalde groepen Islamieten kent geen grenzen.

Openbaring 20:12 laat zien dat er TWEE oordelen zijn, dus ook voor Islamitische slachters. Één op basis van of je geschreven bent in het Boek van het Leven. Daar zijn zij ZEKER van uitgesloten, want Openbaring 22:15 zegt duidelijk dat moordenaars ‘buiten de muren van het hemelse Jeruzalem zullen zijn’. Dat is namelijk de historische, afschuwelijke plek waar kindoffers gebracht werden en die Gehenna is gaan heten.
Een ander oordeel is op basis van je daden die in de andere boeken geschreven zijn. Daar ontkomt niemand aan. Ook gelovigen niet.


Jezus zegt dat wij niet bang moeten zijn voor wie het lichaam kunnen doden, maar dat je bang moet zijn voor wie de ziel (of geest) kan verderven in Gehenna (Mattheüs 10:28). Dat lijkt te suggereren dat je ziel/geest daarmee dus ophoud te bestaan. Maar is simpelweg een eeuwigdurende-dood-sterven wel voldoende rechtvaardigheid voor het enorme leed dat sommige mensen anderen aandoen? Ik hoor van berichten van overlevenden van 7 Oktober dat zij zelfmoord pleegden. Zij konden niet langer leven met alle gruwelijkheden die op hun netvlies gebrand stonden en die zij niet meer uit hun hoofd kregen. 

Jezus zegt wel dingen als ‘waar hun worm niet sterft’, maar dat houdt wat mij betreft nog niet onmiddellijk eeuwigdurende bewuste pijniging in. Het is een uitdrukking om aan te geven dat iemands eeuwige lot, zoals diens geestelijke dood, onomkeerbaar en definitief is. Er zullen toch niet echt wormen in de hel zijn die het eeuwige leven hebben?
De belangrijkste tekst die een eeuwigdurende pijniging in lijkt te houden, is te vinden in Openbaring 14:9-11. Daar staat dat wie het beeld en zijn beest aanbidt (dat zijn de goddelijk geachte keizer, als instrument en vertegenwoordiging van de duivel zelf op aarde), de drinkbeker van Gods toorn zullen moeten drinken en gepijnigd worden voor het oog van de engelen en het Lam. Krachtige woorden die onze in slaap gesuste zielen maar moeilijk kunnen verdragen, maar in het licht van al de gruwelijkheden die toen en ook nu weer gedaan werden en worden is het heel begrijpelijk. Het leed dat je anderen aandoet, zal jou zelf ook aangedaan worden.

En dan komt het vers: 
En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beeld en zijn beest aanbidden, hebben dag en nacht geen rust. 
Ik heb twee dingen hierover. Haal de tekst en het hoofdstuk er maar eens bij. Er wordt in de TEGENWOORDIGE TIJD gesproken. Alsof hen dit HIER OP AARDE al aangedaan wordt. NU... al worden de zielen van deze mensen intens gefolterd. Zodanig dat sommigen van hen al barsten en het niet meer kunnen verdragen. En deze foltering zal duren tot aan hun eeuwige dood. Zo zou je dit kunnen begrijpen.
Ten tweede is deze uitdrukking over eeuwig opstijgende rook geleend van Jesaja 34:10, welke een profetie over Edom is. Deze is reeds in vervulling gegaan want het enige dat van Edom overgebleven is, zijn de in rotsen uitgehouwen gebouwen van Petra. Maar waar zijn dan de rivieren van teer en hun eeuwige rook? We moeten dus concluderen dat ook dit een uitdrukking is om aan te geven dat er geen terugkeer van mogelijk is. Het is voor altijd.

En toch is daar dat tweede oordeel op basis van de boeken. Wat heeft het voor zin om iemand op zijn daden te oordelen als de straf in alle gevallen één en hetzelfde is? Daarom kom ik tot de volgende overweging.
De hel hoeft niet eeuwig te zijn. Als het maar lang genoeg duurt om iedereen het leed dat diegene anderen aangedaan heeft, betaald te zetten. Oog om oog, tand om tand dus. Voor mensen die MILJOENEN slachtoffers gemaakt hebben, gaat dat dan dus wel HEEL ERG lang duren.

De hel hoeft voor mij niet eeuwig te duren, als het maar lang genoeg duurt om iedereen met gelijke munt terug te betalen. 
Als je dat geen prettig vooruitzicht lijkt, begin dan VANDAAG NOG met het in orde maken van je leven (Matteüs 5:25-26).


maandag 23 december 2024

067 - Waarom Jesaja 7:14 ook een profetie over de Messias is en niet alleen maar over de zoon van Jesaja.

Mattheüs zegt in 1:22 dat de maagdelijke geboorte van Jezus uit Maria de vervulling is van Jesaja 7:14. Maar als je de context van Jesaja 7 leest, dan moet je concluderen dat het over een zoon Immanuël gaat die Jesaja zal krijgen, want vers 16 zegt dat voordat de jongen in staat is het goede te kiezen en kwade te verwerpen, het land Samaria en Syrië of Aram verlaten zal zijn. Dat is op zijn 12e jaar, wanneer Joodse jongens Bar Mitswa doen en zij vanaf dat moment geacht worden zelf verantwoordelijk te zijn voor hun daden.

Deze profetie kwam toen koning Achaz van Juda werd aangevallen door een alliantie van koning Pekah van het noordelijke Israël en koning Rezin van Syrië, die duizenden Judeeërs doodden, nog eens duizenden gevangen namen, maar niet in staat waren de stad Jeruzalem zelf te doen vallen.
Jesaja zegt tegen Achaz dat hij niet bang hoeft te zijn en om een teken mag vragen. Dat weigert hij en daarop zegt Jesaja dat God ZELF een teken zal geven: Jesaja zal een zoon krijgen en binnen 12 jaar is het afgelopen met zowel Israël/Samaria als Syrië/Damascus.

En dus klagen zowel orthodoxe Joden als atheïsten dat Mattheüs een profetie uit zijn verband trekt om het maar op Jezus te kunnen laten slaan. Daarbij komt ook nog eens dat het Hebreeuwse woord voor maagd helemaal niet gebruikt wordt in Jesaja. Het woord almah daar betekent gewoon meisje. Mattheüs maakt er dus een potje van volgens hen.

De diepere oorzaak van dit probleem zit hem in de perceptie die Westerse mensen hebben van wat een (bijbelse) profetie is. Wat wij graag zouden willen zien, is - wat ik maar noem - een mathematische voorspelling, die je al dan niet af kan vinken als hij vervuld is. Maar dat is eigenlijk nooit hoe profetieën in de bijbel werken. Hosea geeft de sleutel tot het begrijpen van profetieën:

Hosea 12:11b Ik zal door de dienst van de profeten in gelijkenissen spreken.

Profetieën zijn gelijkenissen, vergelijkingen, parabels, precies zoals Jezus die ook vertelde. Wij denken altijd dat Jezus iets unieks deed met zijn gelijkenissen, maar Hij zette feitelijk de traditie van de profeten door.
En wat er daarom heel erg vaak gebeurd bij de profeten van het Eerste Testament, is dat zij lokale omstandigheden gebruiken om er een grotere, toekomstige of zelfs Messiaanse boodschap mee te illustreren. Zoals abc hier en nu is, zo is xyz straks. Het abc van nu is te vergelijken met het xyz van straks.

Om de profetie van Jesaja 7 op waarde te schatten, moet je DOORLEZEN. Het verhaal is namelijk nog niet afgelopen. Op het eind van 8:8 en 10 wordt de naam Immanuël en haar betekenis ‘God met ons’ nog twee keer gebruikt. Jesaja had al een zoon Sjear-Jasjub (7:3, ‘een rest zal terugkeren’). Hij krijgt er één Immanuël (7:14, ‘God met ons’) en hij krijgt er nog één Maher Sjalal Chasj Baz (8:1, ‘snelle roof, vlugge buit’).
In 8:18 lijkt Jesaja te zeggen dat ZIJN kinderen tekenen en wonderen van God zijn. Maar Hebreeën 2:13 ziet dit alsof de Messias het zegt. En als vergelijkende parabel kan dat dus prima: Jesaja zegt het, God zegt het door Jesaja, God zegt het, God zegt het op vergelijkende wijze over de Messias, de Messias zegt het.
En dus kan Jesaja het in vers 8:23-9:1 zomaar ineens hebben over het land van Zebulon en Naftali dat weliswaar NU in grote duisternis wandelt, maar LATER (in Messiaanse tijd) toch een groot licht zal zien. Mattheüs zegt daar even later in 4:15,16 van dat dit ook op Jezus als Messias slaat.

En dan in 9:5 komt eindelijk de aap uit de mouw: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op Zijn schouder” enzovoorts. We hebben het hier uiteraard absoluut niet over Jesaja’s zoon Immanuël. Van die zoon horen we helemaal niets meer zelfs. We hebben het over de Zoon van God, de zoon van David die het eeuwige Koningschap op Zich neemt, de Messias. Je moet dus DOORLEZEN om bij de clou te komen.

Nou moeten we ook nog wel even de kanttekening maken dat het woord almah slechts 6 keer meer voorkomt in de bijbel1 en daar altijd gebruikt wordt in de betekenis van een ongehuwd, jong-volwassen meisje. In die tijd was het normaal dat een jong, ongetrouwd meisje nog maagd was. Daarom vertaalt de Septuagint het almah dan ook als ‘maagd’ naar het Grieks. Het is ieder geval behoorlijk ongepast om almah te gebruiken voor de vrouw van Jesaja die al een zoon had gekregen.

En dus is de vergelijkende profetie van Jesaja 7:14 is volgt: ZOALS Jesaja een zoon Immanuël zal krijgen en binnen twaalf jaar Israël/Samaria en Syrië verlaten zullen zijn, WEET DAN dat er eens een ongetrouwd, jongvolwassen meisje zal komen die als wonderteken zwanger zal worden om God Met Ons geboren te doen worden. Immanuël!

 

Ik wens jullie allemaal gezegende Kerstdagen


1  Genesis 24:43 (Rebekka), Exodus 2:8 (zus van Mozes), Psalm 68:19, Spreuken 30:19, Hooglied 1:3, 6:8.

vrijdag 4 oktober 2024

062 - Wie is Gog van Magog en wat heeft dat met ons te maken?

Laten we beginnen bij Openbaring.

Openbaring 20:1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.
2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,
...
7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.
8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee.
9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.

De draak wordt voor het eerst genoemd in Openbaring 12:3, waar hij zeven koppen en tien horens heeft. In 12:9 wordt hij oude slang, duivel en satan genoemd, net zoals in 20:2. De draak probeert het Kind te verslinden (12:4). Alle uitleggers zien hier wel de kindermoord van Herodes in. Herodes is het instrument hier op aarde waarmee de duivel zijn werk probeert uit te voeren. De draak vervolgt ook de vrouw en spuugt een rivier achter haar aan om haar mee te laten sleuren (12:15). Dat kan gezien worden als een poging om de Joodse Kerk uit de tijd van Johannes uit te roeien, maar wat uiteindelijk resulteerde in de vernietiging van Jeruzalem en de moord op 1,1 miljoen Joden, ongeveer een derde van het aantal Joden in die tijd. De duivel gebruikte het Romeinse Rijk om zijn afschuwelijke plannen uit te voeren.

In Openbaring 13 wordt een beest ook met zeven koppen en tien hoorns beschreven dat uit de zee komt. Vanuit Daniël 7:23 kunnen we begrijpen dat het hier om een koninkrijk gaat en omdat volgens Openbaring 13:2 dit beest bestaat uit elementen van een panter, beer en een leeuw, moeten we concluderen dat dit het vierde ongespecificeerde beest/koninkrijk is van Daniël 7, omdat de eerdere drie, een leeuw, beer en panter betroffen (Daniël 7:4-6). In Daniël gaat het om het Romeinse Rijk.

Ook de specificatie in Openbaring 17:9-10 van wat die koppen zijn (heuvels en koningen) en dat een prostitué dit beest berijdt (godin-hoer Roma) geeft aan dat het om het Romeinse Rijk gaat met als zesde heerser Nero.
In Openbaring 13:2 krijgt het beest uit de zee (het Romeinse Rijk) de kracht, de troon en de macht van de draak. En dus zullen we moeten concluderen dat dit kwaadaardige, monsterlijke rijk van de Romeinen, het instrument, ja zelfs de belichaming is van de duivel zelf. Dat de duivel net zoals het beest uit de zee, zeven koppen en tien horens heeft, geeft dit aan.

Nu hebben we sinds keizer Constantijn christen werd, geen last meer gehad van een koninkrijk dat werelddominantie en de uitroeiing van christenen en Joden tot doel had voor een periode in de orde van duizend jaar. Maar als dan in Openbaring 20:7 de duivel losgelaten wordt, dan zal hij de volken verzamelen en inspireren, zoals hij dat indertijd bij het Romeinse Rijk ook gedaan heeft. Enerzijds wordt de duivel Gog genoemd, anderzijds kunnen we op onze vingers natellen dat het nu dan OOK om echte duivelse koninkrijken en leiders op aarde moet gaan.
En wat doen zij? Zij omsingelen de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Dat kan je op twee manieren opvatten: ze vallen christenen, zowel als Joden aan, geestelijk, zowel als fysiek.

Gog en Magog worden genoemd in Ezechiël 38 en 39. Daar verleidt God de zich in het uiterste Noorden bevindende leider Gog van het rijk Magog (Rusland) om samen met een coalitie van bondgenoten, waaronder Perzië (Iran) en Gomer/Beth-Togarma (Turkije), Israël aan te vallen. Om zich echter volledig stuk te lopen in hun demonische ambities. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat Rusland - door zijn aanwezigheid in Syrië - troepen heeft die direct grenzen aan Israël. Het is uitermate opmerkelijk dat een profetie die zo’n 2.500 jaar geleden opgeschreven is een politieke situatie beschrijft, die we vandaag de dag voor onze ogen zien ontvouwen.

Met de opkomst van atheïsme is de ‘duizend’jarige bloeiperiode van het Christendom ten einde gekomen. Met de komst van Hitler is een kortstondige1 directe vernietigingsaanval op de Joden ingezet. Hitler faalde, maar zijn gedachtegoed leeft nog steeds voort in een groot deel van de Arabische wereld die de vernietiging van alle Joden ten doel heeft.

Wij leven in de tijd dat de duivel weer is losgelaten en bezig is om de volken te verzamelen om Joden en christenen uit te roeien, geestelijk dan wel fysiek.
Maar net zoals hij daar in de eerste eeuw ook niet in geslaagd is, zal hij daar nu ook NIET in slagen.

EN... we mogen weten dat dit razen de LAATSTE keer is dat hij zo tekeer mag gaan.

 

Zo, dat moest ik even kwijt.


1  Voor slechts één uur, zie Openbaring 17:12.

woensdag 28 augustus 2024

060 - God heeft lang geleden al gesproken dat het huidige Juda vele volkeren zal verpletteren.

In de vorige blog heb ik uitgelegd hoe Micha 4:8 aankondigt dat de DOCHTER van Sion en Jeruzalem de ‘heerschappij van vroeger’ terug zullen krijgen. Het natuurlijke Sion/Jeruzalem is de dochter van het hemelse Sion/Jeruzalem. Dat gaat dus over natuurlijk Juda dat in 1948 weer een natie werd. Daarom is het interessant om Micha eens verder te lezen.

Micha 4:9 Nu, waarom slaat u zo'n luid alarm?
Is er geen Koning onder u?
Is uw Raadsman omgekomen,
dat smart u aangegrepen heeft als van een barende vrouw?

Vers 8 keek vooruit. Vers 9 gaat weer terug naar het moment waar Micha 4 over ging namelijk dat het Woord van de Heer vanuit Jeruzalem zal uitgaan (einde vers 2) en Jahweh ZELF Koning zal zijn op de berg Sion (hier dus GEEN dochter van Sion!). Dit is ronduit Messiaans op te vatten. God zal Zelf in de persoon van Jezus Messias naar Israël toekomen en het Davidische Koningschap opeisen om Koning te worden in het nu nog hoofdzakelijk geestelijke Koninkrijk van God.


In vers 9 wordt er dan alarm geslagen. De retorische vraag wordt gesteld waar hun Koning is. Tja, die Raadsman hebben ze zelf omgebracht en dat roept de grootst mogelijke ellende over hen af. Dit is een hint naar de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. Kijk maar:

10 Krimp ineen en schreeuw het uit,
dochter van Sion, als een barende vrouw,
want nu moet u de stad uit
en in het open veld wonen.
U zult tot in Babel komen.

Merk op dat nu WEL weer dochter van Sion genoemd wordt. Het natuurlijke Juda moet de stad verlaten en in open veld wonen. Dat is niet in een beschermde stad, maar in de diaspora, de tijd dat Juda onder de volken leefde en geen eigen natie of regering had.

Ja maar, er staat Babel. Het gaat over de Babylonische ballingschap!

Toch niet. Want dit is een profetie waar de Messias aangekondigd wordt. De Babylonische ballingschap is allang voorbij en daarom slechts een waarschuwing. Na 70 jaar konden ze al weer terugkeren. Maar als daar door volgende generaties geen blijvende les uit geleerd wordt, dan zal het nog erger worden. Babel is daarmee de geestelijke stad van het kwaad, zoals Jeruzalem de geestelijke stad van Gods heil is. En als zodanig kan het ook op Rome slaan1.

Daar zult u gered worden,
daar zal de HEERE u verlossen
uit de hand van uw vijanden.

En toch zal God Juda redden uit de diaspora. Net zoals God Juda uit Babel terugbracht, zo zal God hen bewaren onder de volken. Dit is dus WEER een hint naar 1948.

11 Nu verzamelen zich tegen u
vele afgodenvolken.
Zij zeggen: Laat haar ontheiligd worden,
en laten onze ogen Sion aanschouwen.
12 Zíj echter kennen de gedachten van de HEERE niet.
Zij begrijpen Zijn raadsbesluit niet:
dat Hij hen bijeengebracht heeft als graanschoven op de dorsvloer.
13 Sta op en dors, dochter van Sion,
want Ik zal uw hoorn van ijzer maken
en Ik zal uw hoeven van brons maken,
en u zult vele volken verpletteren2
en Ik zal hun winstbejag met de ban slaan: het is voor de HEERE,
hun vermogen is voor de Heere van heel de aarde.
14 Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende!
Zij gaan een belegering tegen ons opzetten.
Zij zullen met een stok
de rechter van Israël op de kaak slaan.

Merk op dat het WEER over de dochter van Sion gaat, het natuurlijke Juda. Er is GEEN ENKELE periode geweest in de geschiedenis van Israël/Juda na David, waarin VELE afgodenvolken tegen hen optrekken en Juda hen TOCH telkens overwon. Behalve dus sinds 1948. Wij zien daarom Micha 4:13 dagelijks voor onze ogen gebeuren en vervuld worden. En ten diepste is het de Rechter van Israël waar de volken tegen te hoop lopen.

 

Zo, dat moest ik even kwijt.


1           Zie 1 Petrus 5:13 bijvoorbeeld. Of Openbaring 17:5.

2           Zie afbeelding.

vrijdag 23 augustus 2024

059 - Waar staat de oprichting van de staat Israël in 1948 aangekondigd in de Bijbel?

In Handelingen 1:6 vragen Jezus’ leerlingen Hem: “Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?” Jezus antwoordt dan niet dat daar geen sprake van is, omdat Hij nu het eeuwige Koningschap van David op Zich genomen heeft. Hij zegt: “Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft”. Ofwel: dat zal nog wel een keer gebeuren, maar jullie hoeven niet te weten wanneer.

Dat idee van een hersteld koningschap voor Israël komt bij Micha 4:8 vandaan. Maar om dat vers te begrijpen, moeten we even door heel Micha 4 heen.

Micha 4:1 Het zal echter in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE
vast zal staan als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.

Voor alle duidelijkheid: God profeteert niet over de hoogte van bergen. Het moet Messiaans opgevat worden. Met de komst van Jezus Messias breekt de ‘eindtijd’ aan, de laatste fase in de wereldgeschiedenis. Hij zal een tempel bouwen van levende stenen uit alle volken. In vers 2b gaat uit Sion de wet en “het woord van de Heere uit Jeruzalem”. Het Woord van God zal uit Jeruzalem gaan. Ook dat is een verwijzing naar Jezus Messias.

Dan worden zwaarden tot ploegscharen omgesmeed in vers 3 en leren volken de oorlog niet meer. Sommigen zullen zeggen dat dat nog niet zover is. Maar in het Koninkrijk van God is dit al wel zo. In het koninkrijk van God is er vrede tussen Joden en Arabieren, tussen Russen en Oekraïeners, tussen Nederlanders en Duitsers enzovoorts. Waar dit niet zo is, is het Koninkrijk van God niet.

In vers 6 verzamelt God (dat is dus in de persoon van de Messias) al de kreupele mensen uit de afgodenvolken die God gestraft had.

In vers 7 verklaart God dat HIJZELF de Eeuwige Koning zal zijn. En dat terwijl God aan David het eeuwige koningschap belooft had (2 Samuël 7). Met andere woorden: God zal ZELF de eeuwige Nazaat van David zijn die dat beloofde koningschap op Zich neemt in de persoon van Jezus Messias.

En dan komt vers 8:

Micha 4:8 En u, Schaapstoren1,
Ofel burcht2 van de dochter van Sion, naar u zal gaan,
ja, naar u zal komen de heerschappij3 van vroeger,
het koningschap4 van de dochter van Jeruzalem.

Nu is het zo dat hier heel specifiek de dochter van Sion en Jeruzalem genoemd wordt. De betekenis daarvan is dat Sion en Jeruzalem vaak geestelijk opgevat moeten worden, wat in het Nieuwe Testament het Koninkrijk van God en het hemelse Jeruzalem zijn gaan heten. De ‘dochter van’ betreft dan de fysieke berg en stad. In het Joodse denken kan een deel voor het geheel staan. De dochter van Sion en Jeruzalem staan daarmee dus voor het natuurlijke Joodse volk. En de Schaapstoren wordt uitgekozen vanwege de betekenis, maar staat uiteindelijk ook als deel voor het geheel.

Wat hier daarom met zoveel woorden staat, is dat het natuurlijke volk van Israël/Juda, kort nadat het als een schaap gewassen en ter slachting gebracht is, haar macht en heerschappij weer terug zal krijgen.
En dat is dus precies drie jaar na de Holocaust in 1948 gebeurd.
(De terugkeer uit Babel telt als zodanig niet, want Juda is daarbij vrijwel altijd een provincie of vazalstaat geweest van overheersende mogendheden.)


Zo, dat moest ik even kwijt.


 


1  De Schaapstoren is op de plek waar nu de Leeuwenpoort is ten noordoosten van de tempelberg naast de poel van Bethesda. Dit was de plek waar schapen Jeruzalem binnengebracht werden om gewassen te worden voordat ze geofferd werden.

2   Ofel is de naam van de berg waar het paleis van David op stond ten zuidoosten van de tempelberg. Maar de naam Ofel betekent burcht en dat lijkt een betere vertaling in dit verband.

3  Het woord voor heerschappij kan ook bestuur, regering, macht, autoriteit betekenen.

4  Het woord voor koningschap kan ook meer algemeen heerschappij betekenen.

maandag 4 maart 2024

052 - Het Dilemma van Mozes

Wij vinden dat we in een beschaafde wereld leven. Maar overal zien we steeds meer barbaarsheid opduiken. Van machtige mannen die hun positie misbruiken om vrouwen tot seks te dwingen, tot minkukels die het tot hoogste doel van hun leven gemaakt hebben om Joden te doden omdat ze denken dat ze dan 72 maagden toebedeeld krijgen in een hiernamaals. Zo hebben we Nazi’s gehad en de Inca’s/Maya’s met hun mensenoffers. En vandaag de dag hebben we ISIS/Hamas en meer van dat soort islamitisch terrorisme.

Toen de mensheid nog in haar kinderschoenen stond was dit echter de norm. Er waren ALLEEN MAAR krijgslieden van het soort die het leven voor anderen vergallen, hen probeerden te overheersen om hen tot belastingen te dwingen, hun vrouwen probeerden te verkrachten en noem maar op.
Terach had genoeg van het religieuze extremisme van zijn tijd en vertrok uit de regio. Hij bleef halverwege steken en dus zette Abraham op aansporen van God de tocht voort om als vreemdeling te wonen in een land dat ooit eens van zijn nageslacht zou zijn. Jakobs dochter Dina werd met geweld genomen en verkracht door zo’n lokaal heerschap die meende immuun te zijn voor wat voor gevolgen dan ook (Genesis 34). De reactie van Jakobs zonen - het vermoorden van alle mannen en plunderen van de stad - was over de top, buitenproportioneel zouden wij vandaag zeggen. Jakob vreesde voor een vicieuze cirkel van geweld op geweld van de omliggende koningen.

Abraham, Izak en Jakob probeerden eerlijk en rechtvaardig te zijn in een door en door slechte wereld. En dat lukte slechts met vallen en opstaan.

Jakob moest naar Egypte vluchten en zijn familie groeide daar uit tot een volk. Totdat farao Amose I vanuit het zuidelijke Thebes genoeg had van de ongebreidelde expansie van dit geïmporteerde volk op Egyptische bodem, hen aanviel, hun steden veroverde, hen tot slaven maakte en drastische maatregelen nam om verdere machtstoename te voorkomen.1 Ook al was het verleidelijk de religie van het gastheerland over te nemen, in grote lijnen wisten de Israëlieten vast te houden aan het geloof, de beloften, de normen en waarden van hun voorvaderen Abraham, Izak en Jakob.
Toen kwam Mozes die het volk uit Egypte leidde. Mozes moest de grondwet van Israël opstellen. De tien geboden werden de basis. De overige wetten zijn afgeleiden daarvan in concrete situaties, als juridische uitspraken in kwesties waar mensen mee aan kwamen zetten. Jurisprudentie noemen we dat tegenwoordig. En vervolgens moesten aangestelde wijze mannen (rechters) in de lijn van de voorgaande jurisprudentie oordelen over zaken (Exodus 18).

En wat moet je nu met het goed en kwaad in de wereld? Aan de ene kant wil je het kwaad uitbannen, heiligheid nastreven en een superheilig volk maken dat moreel boven de anderen uitsteekt. Dat kan alleen maar als je zelfs de kleinste overtredingen op z’n zwaarst veroordeelt met de doodstraf. Maar het handhaven van zulke extreme wetten kan ook weer zoveel leed veroorzaken dat het onmenselijk wordt.
Dus wat zie je? Gij zult niet echtscheiden zegt het zevende gebod. Vervolgens worden allerlei seksuele zonden met de doodstraf veroordeelt2. En dan toch een scheidbrief meegeven?3
Dit is geen tegenstrijdigheid. Het is het dilemma van goed en kwaad. Doorgeslagen heiligheid wordt wetticisme en onmenselijk. Het NIET veroordelen van het kwade is echter ook geen oplossing. Dan dalen we af tot stammen-ideologie en krijgsheren-mentaliteit: wie het meeste geweld toepast heeft gelijk.
Daarom zie je bij Mozes naast de scherpste wetten, voor het eerst ook dat er gesproken wordt over vergeving, die in specifieke rituelen uitgebeeld moet worden.

Het dilemma van Mozes is om de juiste balans te vinden tussen deze drie: heiligheid met de scherpste wetten, medemenselijkheid en vergeving. De geschiedenis van Israël laat de worsteling zien die dat met zich meebrengt en de feitelijke onmogelijkheid om dat voor elkaar te krijgen. De geschiedenis van de kerken laat dat overigens ook zien. Evenals onze persoonlijke levens.

Het ultieme antwoord op het dilemma van Mozes is Jezus. De allerheiligste Zoon van God die het toonbeeld van medemenselijkheid was en Zichzelf door de corrupte mensheid om laat brengen alsof Hij het grootste kwaad van de wereld is, om ons zo de ultieme vergeving te kunnen schenken.
Deze wereld heeft Jezus meer nodig dan ooit.

 

Zo, dat wilde ik even kwijt.




1  De Israëlieten zijn te identificeren met de Hyksos. Zie mijn boek over Hosea.
2  Let op: alleen de daders worden veroordeelt. Dina-kwesties willen we niet, maar ook niet een buiten-proportionele reactie erop met onschuldige slachtoffers.
3  Deuteronomium 24:2.

Aanbevolen post

086 - Babylonische Archeologie bevestigt de authenticiteit van het bijbelboek Daniël

Ja, je leest het goed: de Babylonische kleitabletten die in de 19e eeuw uit de puinhopen van Ninevé en Babylon werden opgegraven, laten zien...

Populaire posts