Posts tonen met het label Opvoeden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Opvoeden. Alle posts tonen

donderdag 18 mei 2023

014 - Elk mens heeft een handboek dat je maar beter kan volgen.

Elk mens heeft een handboek en als je in de omgang met die persoon tegen de regels van het handboek ingaat, dan zal je relatie met die persoon stroef verlopen. Ook al is je manier van doen van jou uit gezien nog zo logisch. Je kan maar beter het handboek leren kennen en ernaar handelen, dan is het leven met die persoon een stuk eenvoudiger.

Met negen kleinkinderen, zie je al die verschillen in karakters heel erg duidelijk. Maar erachter komen wat er in het handboek staat en hoe je er het beste mee om moet gaan, kan nog een hele speurtocht zijn. 

Ik pas elke twee weken een avond op, op twee van mijn kleindochters. De oudste van de twee - nu zeven jaar - heeft een bepaalde eigenschap, die ik ook bij mezelf herken: hoge hoogtes en diepe dalen. Het is een erg enthousiaste en initiatiefrijke dame die alles en iedereen op sleeptouw neemt en van alles regelt, zo jong als ze is. Maar ze kan ook in de mineur schieten en dan is het drama niet te overzien. Dan wordt de hele woonwijk bij elkaar gebruld.

Nou vinden kinderen het nooit leuk als zij naar bed moeten en proberen ze allerlei trucs uit om tijd te rekken. Maar in dit geval ontwikkelde zich een patroon dat van kwaad tot erger ging. Zo sprong ze eens op van bed en rende in haar pyjama naar beneden, door huis, door de achtertuin om zich aan haar moeder vast te klampen, die met de fiets in de hand stond om te vertrekken.
Laatst gebeurde het dat zij bij het tandenpoetsen al krijsend en schreeuwend als een koalabeertje aan moeders been hing, die haar vermanend toesprak met: maar je weet dat ik wegga heh. Deze negatieve stemming sloeg bovendien over op de jongste van de twee, zodat we met twee brulaapjes zaten. De enige manier om uit deze situatie te komen was dat moeder verdween. Ik moest de oudste lang genoeg vasthouden en kalmerend toespreken, tot ik zeker wist dat moeder van huis weg was. Toen liet ik haar los. Ze rende weg en kwam na een tijdje bedremmeld terug toen ze geconstateerd had dat ma inderdaad weg was. Ze keek me een beetje verontschuldigend aan.
Ik had inmiddels de jongste gekalmeerd en bracht haar naar bed. Ga je ook liggen meisje, zei ik, dan kom ik zo nog even bij je. En dat was goed.
Zolang moeder in beeld was, was er drama. Zodra ze vertrokken was, was het over. Ik moest maar eens een goed gesprek hebben.

Jullie zijn in een patroon terecht gekomen, zei ik, wat niemand leuk vindt. Jij niet, zij niet, de jongste niet, ik niet. Er is geen standaard oplossing voor zoiets, want dit heb ik ook nog nooit eerder meegemaakt. Maar je moet gewoon eens experimenteren door op een totaal andere manier te reageren op haar om zo te kijken of je deze uitkomst kan voorkomen.
Of ik ideeën had hoe. Ik stelde voor dat we misschien haar zelf konden laten beslissen wanneer mama weg zou gaan. We hadden namelijk ook enorme drama’s meegemaakt bij de tandarts waar ze van tevoren zei dat ze flink zou zijn, maar volledig door het lint ging toen puntje bij paaltje kwam. Ze moest daarna naar een speciaal instituut waar ze in opbouwende sessies haar voorbereidden op de daadwerkelijke behandeling. Toen er weer een keer een tand bijna uitviel vanwege het wisselen, mocht niemand met de beste wil van de wereld daar aankomen. Toen haar moeder zei: dan moet je het zelf maar doen, trok ze hem er zonder een kik te geven uit!

Dus stelde ik een volgende keer aan de eettafel voor aan de moeder: zullen we vandaag oefenen?
Wat oefenen, vroeg de dame in kwestie bloednieuwsgierig. Met de blik van verstandhouding die ik kreeg, dacht ik, ok let’s do it.
Ik legde haar rustig uit hoe het drama verlopen was de vorige keer en dat dit eigenlijk voor niemand leuk was. En dat de jongste zelfs ook gaat flippen. Dat mama eigenlijk heel graag gewoon afscheid zou willen nemen zonder toestanden. En dat we best begrijpen dat zei het vervelend vindt dat zij weggaat. En dat zij met zeven jaar eigenlijk best oud genoeg is om dat al te kunnen. Dus misschien kunnen we eens een keer oefenen dat mama weggaat en dat we dat op zo’n manier doen, zoals papa en mama ook afscheid nemen.

Oh ja, dat was goed hoor. Mama nam afscheid, ging weg. Niks aan de hand. 

Enkele dagen later dat ik weer daar was, begon ik met: oudste, ik ben supertrots op je.
Ik weet wat je bedoelt, zei ze!!
Vandaag gaat mama weer weg, vervolgde ik, en je hebt het de vorige keer zo goed gedaan, dus misschien kunnen we het vandaag ook weer zo doen?
Wel, geen probleem en het wonderbaarlijke is dat het sindsdien ook geen issue meer geweest. 

Wow, dat ging veel gemakkelijker dan ik had gedacht. Haar ruim van tevoren inlichten en haar daarmee zelf de keuze en dus ook verantwoordelijk voor haar gedrag te geven, bleek de sleutel te zijn.
Maar de grootste verandering had plaatsgevonden bij haar moeder. In plaats van tegen de regels van haar dochters handboek in te gaan en daardoor de situatie juist te verergeren, volgt ze nu het handboek. En dat maakt het leven voor iedereen zoveel eenvoudiger en aangenamer.

 

Zo, dat moest ik even kwijt. 

009 - Opvoeden met rode oortjes

Kinderen - hoe schattig en lief ze ook zijn - kunnen je het bloed onder de nagels vandaan halen. Kinderen weten van nature niet zomaar wat acceptabel is of niet. Door interactie met andere mensen moeten ze leren wat wel en niet kan. Het is niet acceptabel om zomaar een straat over te steken. Het is ook niet acceptabel om te stelen. Of om in de supermarkt gillend over de grond te rollen omdat je snoep wilt.

Als kinderen één jaar zijn, leren ze lopen, als ze twee zijn leren ze praten, als ze drie zijn krijgen ze driftbuien, omdat ze ontdekken dat ze iets te willen hebben, maar het toch niet mogen. In de zoektocht naar de grenzen van wat je nog kan, gaan sommige kinderen zo ver in het onacceptabele, dat alleen een fysieke correctie hen kan stoppen.

Zo gebeurde het dat ik na een middagje speelparadijs met drie veel te opgewonden kiddo’s in de auto zat tijdens het spitsuur, terwijl ik haast moest maken om eerst de één hier af te leveren en vervolgens op tijd daar te zijn, omdat een ander dan naar voetballen moest. Ik wist al dat ik het niet ging halen.

De jongste dame van het stel begreep de situatie haarfijn: opa moet rijden, dus hij kan mij nu niks maken. Het was gillen, schreeuwen en het blijven herhalen van provocerende praat en allerlei scheldwoorden die een vijfjarige maar opgepikt kan hebben op school.
Ik zeg altijd maar dat zo’n situatie feitelijk een wetenschappelijk experiment is: kijken wat er gebeurt en hoe ver je kan gang om proefondervindelijk te ontdekken wat de resultaten zijn. Ze had in ieder geval de grootste lol, terwijl de anderen haar op de kop zaten vanwege haar rebellerende gedrag. Maar behalve dat het op zich al onwenselijk was, was het ook nog eens gevaarlijk met van die stuiterende kinderen in de auto tijdens filerijden in het spitsuur.

Dus ik waarschuwde haar dat ze ermee moest stoppen. Geen resultaat. Nog vier keer. Geen resultaat. Ik kneep in haar knie, om haar aandacht te krijgen en zei dat ik het meende. Geen resultaat. Bam, bovenop de rem staan om nog net te voorkomen dat ik iemand aantik. Grrr.

Ik zou aan de kant kunnen gaan staan en net zolang met de situatie dealen totdat ze rustig zouden zijn, maar daar was nu geen tijd voor.
In een opwelling een kind een klap geven, vind ik zeer onwenselijk om allerlei redenen. Je slaat gemakkelijk veel te hard. Als het onverwachts komt, geef je het kind geen kans terug te krabbelen. Je weet met beweeglijke kinderen niet waar de klap aankomt en dat kan dan ook heel ongelukkig aankomen. Als ik in een rijdende auto een plotselinge beweging naar achter maak, kan ik ook maar zo een ruk aan het stuur geven en juist een ongeluk veroorzaken. En als laatste, maar zeker niet op zijn minst: kinderen kopiëren het gedrag van ouderen en zullen dus zelf ook gaan slaan.

Dus zei ik: meisje, je moet nu ophouden, anders ga ik je pijn doen tot je moet huilen. Aangezien dit nog niet eerder gebeurd was tussen ons, maakte dat geen indruk. Terwijl de auto even stilstond, pakte ik haar oor tussen mijn vingers en drukte hard genoeg dat het venijnig pijn deed. Ja, ze moest er meteen van huilen. Ik had het gezegd meisje. Na een minuut of wat werd het volkomen stil en reden we rustig naar huis. Pfff.

Oorknijpen kan je heel rustig en gedoseerd doen. Er is geen verwonding, geen bloed, geen blauwe plekken, etcetera. Uiteindelijk alleen maar een rood oortje, hoe irritant het ook is.

Bij de ouders aangekomen, meldde ik het meteen. Ik at mee, dus aan tafel bespraken we het. Natuurlijk wilde zij graag haar beklag doen in haar verontwaardiging over dit nog niet eerder vertoonde gedrag van haar geliefde opa. Maar haar vader had haar ook al eens met kleren en al onder de koude douche moeten zetten. Dus zei hij: als jij niet luistert naar opa, dan heeft opa toestemming van ons om dat te doen. Het werd een beetje beteuterd stil aan haar kant.

Maar meisje, zei ik, ik vind het helemaal niet leuk om te doen, ik hou van je, maar het is gevaarlijk in de auto als jullie ruzie maken, dus dan moet ik dit wel doen. Maar... ik BELOOF je dat ik dat NOOIT zomaar doen, ik zal ALTIJD eerst zeggen dat ik het ga doen.
Ze had een ingeving: en dan stop ik met wat ik doe, zei ze!

Precies, zei ik, terwijl ik haar recht aankeek en met mijn vinger naar haar wees, en dan is het dus helemaal niet nodig dat ik dat doe.
Dit nieuw verworven inzicht moest even bezinken.
En zal ik je eens wat vertellen, fluisterde ik haar toe, ik heb mama ook wel eens in de oren geknepen toen ze zo oud was als jij. Dat vond ze eigenlijk wel grappig.

Na een tijdje stond ze op en liep met gebogen hoofd de hele tafel rond, tot ze bij mij was gekomen en ze gaf me een lange knuffel. Ik gaf haar een kus op haar hoofd en zei: ik hou heel veel van je meisje. Daarna ging ze op dezelfde manier naar haar vader... en naar haar moeder... en naar ieder lid van de familie.
Gouden moment. Wat een schat toch!

De volgende dag moest ze het experiment wel meteen weer even herhalen om te zien of de uitkomst hetzelfde zou zijn. Ze sprak de ongewenste woorden weer uit, erbij lachend alsof het de grootste grap van de wereld was. Haar moeder waarschuwde haar en ik voegde eraan toe: heh, moet ik aan je oren trekken?
Ok, ja, nee dank je. Ze stopte er meteen mee. Haar brein: proefondervindelijk dezelfde resultaten behaald en dus wetenschappelijke wetmatigheid vastgesteld, ketjing.

Vanaf nu hebben mijn kleindochter en ik een uitermate goede verstandhouding. Als zij de grens van het onacceptabele bereikt heeft, kan ik een duidelijke verbale waarschuwing geven en weet ze dat de grens bereikt is, zonder dat er rode oortjes aan te pas hoeven te komen.

Zo, dat moest ik even kwijt.

007 - In Jezus’ naam geef me pestkaarten

Ooit logeerde ik een weekend bij een prominente werker in het Koninkrijk van God en zijn gezin in het Oostblok. Dat was in verband met een conferentie die zij organiseerden, waar ik één van de sprekers was. Ik had een paar korte, eenvoudige, maar uiterst vermakelijke spelletjes meegenomen om die eventueel in de vrije tijd met hen te doen. Want tijdens spelletjes spelen leer je mensen kennen, dacht ik zo.
Maar daar kwam het niet van, want zo werd mij verzekerd: spelletjes doen was verloren tijd, het was beter om voor God te werken. En dus hoorde ik urenlange verhalen aan over de bijzondere dingen die God gedaan had door hun bediening, terwijl vrouw en kinderen aan hun lot overgelaten werden en huishoudelijke en andere taken moesten doen. Ondanks dat het mooie getuigenissen waren, voelde ik me daar ongemakkelijk bij, want door mijn aanwezigheid hadden ze een afwezige vader. En heel veel vertrouwen dat dit anders zou zijn als IK weer afwezig zou zijn, had ik ook niet, want zij hadden een vader die dus NOOIT eens een spelletje met hen speelde.

Ik ben het daar - zoals je zult begrijpen - pertinent mee oneens. Spelletjes doen is ontspannend, leerzaam, samenbindend en in alle opzichten sociaal. Ik heb met mijn kinderen heel veel spelletjes gedaan, heb zelfs een kast vol bordspellen en heb ook een tijdlang op een soort spellenclub met vrienden gezeten, waar we telkens nieuwe spellen uitprobeerden.
We hebben gouden herinneringen aan zondagmiddagen waar mijn jongste dochter en mijn nicht als tieners bij mij op bezoek kwamen en we met z’n drieën op de bank zaten terwijl ik Lara Croft moest spelen en zij met z’n tweeën luidkeels aanwijzingen gaven hoe ik de puzzels op moest lossen. Of in gillen uitbarstten als ik weer eens ergens misgreep en van een rots viel of iets dergelijks.
Nu ze inmiddels zelf kinderen hebben, hebben we dat uit pure nostalgie laatst nog een keer gedaan. Waarbij ze van mij ook weer geld kregen om zelf iets lekkers te halen in de supermarkt :-). Gouden momenten en herinneringen zijn dat van de band die je met elkaar hebt.
God is een Vader, denk ik dan en de boog hoeft ook bij God niet altijd gespannen te staan. Je mag juist ontspannen en tot rust komen bij Hem.

En dus heb ik onlangs maar eens Uno Junior gekocht om met mijn kleinkinderen te doen. Ik haal elke donderdagmiddag drie van hen van school om op te passen en dan kan je het beste maar samen iets doen. De oudsten van mijn acht kleinkinderen zijn 6-7 jaar en de natuurlijke drang om te winnen is zo groot dat - laat ik het zo maar zeggen - de emoties hoog op kunnen lopen. Tijd om te leren hoe je op een sociale manier met elkaar omgaat door spelletjes te spelen onder de deskundige leiding van opa, nietwaar?

Regel nummer 1: een spelletje is alleen maar leuk als je je aan de spelregels houdt. Dat geldt voor het hele leven overigens ook, dat het alleen maar leuk is als je je aan Gods regels houdt.
Regel nummer 2: het gaat niet om het winnen, het gaat erom dat je het samen leuk hebt. Geldt voor het leven ook, dat we op een goeie manier met elkaar om moeten gaan en je niet ten koste van anderen moet willen winnen.
Regel nummer 3: als iemand wint, feliciteer je diegene. Een andere keer wint iemand anders weer. In het echte leven moet je ook met jaloezie, winst en verlies om leren gaan.
Hoe eenvoudig dit ook klinkt, het is moeilijk genoeg voor kinderen om dit toe te passen en daar is tijd en oefening voor nodig. Spelenderwijs gaat dat het best en jong geleerd, oud gedaan.

En dus gingen we rond de tafel zitten en leg ik de regels uit. We doen een eerste potje, zodat ze begrijpen hoe het werkt. Ok, ze snappen het. Terwijl ik de kaarten schud en opnieuw begin uit te delen, sluit ik af met deze mededeling: er zitten dus PEST-kaarten in waar je iemand anders mee kan plagen...
Onmiddellijk springen de wenkbrauwen omhoog, lichten de oogjes op en stuiteren ze op hun stoelen. Het kwartje valt. JAAAAA, nu kunnen ze opa pestten. Dat schijnt om de een of andere reden zo ongeveer hun grootste plezier te zijn :-).
Oh, zegt de oudste van het stel, dat is heel eenvoudig, je moet er gewoon om bidden. En meteen sluit ze haar ogen, zwaait met haar armen in de lucht en schreeuwt het bijna uit: Heer geef me goeie kaarten, maak dat ik de goeie kaarten krijg, in Jezus’ naam geef me pestkaarten, in Jezus’ naam geef me pestkaarten...

:-). Ok. Euh. Ik weet het, hier valt ook nog wel wat te leren, maar voor dat moment heb ik het maar even zo gelaten omdat ik het enthousiasme niet wilde breken, zeg maar. We zullen nog vaak genoeg speelzame gouden leermomenten hebben samen.
Elke keer als ik ze nu zie, moeten we nu even een paar potjes Uno spelen. Geweldig toch?

Wordt als de kinderen, zei Jezus dus, als je niet wordt zoals deze kinderen, zal je beslist niet het Koninkrijk van de hemel binnengaan.
Dat zijn dus ook SPELENDE kinderen, denk ik dan maar.

Zo, dat moest ik even kwijt.

Aanbevolen post

086 - Babylonische Archeologie bevestigt de authenticiteit van het bijbelboek Daniël

Ja, je leest het goed: de Babylonische kleitabletten die in de 19e eeuw uit de puinhopen van Ninevé en Babylon werden opgegraven, laten zien...

Populaire posts