In Handelingen 1:6 vragen Jezus’ leerlingen Hem: “Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?” Jezus antwoordt dan niet dat daar geen sprake van is, omdat Hij nu het eeuwige Koningschap van David op Zich genomen heeft. Hij zegt: “Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft”. Ofwel: dat zal nog wel een keer gebeuren, maar jullie hoeven niet te weten wanneer.
Dat idee van een hersteld koningschap voor Israël komt bij Micha 4:8 vandaan. Maar om dat vers te begrijpen, moeten we even door heel Micha 4 heen.
Micha 4:1 Het zal echter in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE
vast zal staan als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.
Voor alle duidelijkheid: God profeteert niet over de hoogte van bergen. Het moet Messiaans opgevat worden. Met de komst van Jezus Messias breekt de ‘eindtijd’ aan, de laatste fase in de wereldgeschiedenis. Hij zal een tempel bouwen van levende stenen uit alle volken. In vers 2b gaat uit Sion de wet en “het woord van de Heere uit Jeruzalem”. Het Woord van God zal uit Jeruzalem gaan. Ook dat is een verwijzing naar Jezus Messias.
Dan worden zwaarden tot ploegscharen omgesmeed in vers 3 en leren volken de oorlog niet meer. Sommigen zullen zeggen dat dat nog niet zover is. Maar in het Koninkrijk van God is dit al wel zo. In het koninkrijk van God is er vrede tussen Joden en Arabieren, tussen Russen en Oekraïeners, tussen Nederlanders en Duitsers enzovoorts. Waar dit niet zo is, is het Koninkrijk van God niet.
In vers 6 verzamelt God (dat is dus in de persoon van de Messias) al de kreupele mensen uit de afgodenvolken die God gestraft had.
In vers 7 verklaart God dat HIJZELF de Eeuwige Koning zal zijn. En dat terwijl God aan David het eeuwige koningschap belooft had (2 Samuël 7). Met andere woorden: God zal ZELF de eeuwige Nazaat van David zijn die dat beloofde koningschap op Zich neemt in de persoon van Jezus Messias.
En dan komt vers 8:
Micha 4:8 En u, Schaapstoren1,Ofelburcht2 van de dochter van Sion, naar u zal gaan,
ja, naar u zal komen de heerschappij3 van vroeger,
het koningschap4 van de dochter van Jeruzalem.
Nu is het zo dat hier heel specifiek de dochter van Sion en Jeruzalem genoemd wordt. De betekenis daarvan is dat Sion en Jeruzalem vaak geestelijk opgevat moeten worden, wat in het Nieuwe Testament het Koninkrijk van God en het hemelse Jeruzalem zijn gaan heten. De ‘dochter van’ betreft dan de fysieke berg en stad. In het Joodse denken kan een deel voor het geheel staan. De dochter van Sion en Jeruzalem staan daarmee dus voor het natuurlijke Joodse volk. En de Schaapstoren wordt uitgekozen vanwege de betekenis, maar staat uiteindelijk ook als deel voor het geheel.
Wat hier daarom met zoveel woorden staat, is dat het natuurlijke volk van Israël/Juda, kort nadat het als een schaap gewassen en ter slachting gebracht is, haar macht en heerschappij
weer terug zal krijgen.
En dat is dus precies drie jaar na de Holocaust in 1948 gebeurd.
(De terugkeer uit Babel telt als zodanig niet, want Juda is daarbij vrijwel altijd een provincie of vazalstaat geweest van overheersende mogendheden.)
Zo, dat moest ik even kwijt.
1 De Schaapstoren is op de plek waar nu de Leeuwenpoort is ten noordoosten van de tempelberg naast de poel van Bethesda. Dit was de plek waar schapen Jeruzalem binnengebracht werden om gewassen te worden voordat ze geofferd werden.
2 Ofel is de naam van de berg waar het paleis van David op stond ten zuidoosten van de tempelberg. Maar de naam Ofel betekent burcht en dat lijkt een betere vertaling in dit verband.
3 Het woord voor heerschappij kan ook bestuur, regering, macht, autoriteit betekenen.
4 Het woord voor koningschap kan ook meer algemeen heerschappij betekenen.






